Kleuters

Aan mijn vijfjarige dochter dank ik een bijzonder leerzame ervaring in wetenschapscommunicatie. Tijdens de kinderboekenweek, die over reizen ging, mocht ik de leerlingen van groep 1 en 2 van een basisschool in Assen vertellen over het onderzoek dat ik deed als student biologie. Nu had ik het voordeel dat mijn onderzoek Freek Vonk-esk was: ik onderzocht leeuwen in Afrika.

Voorafgaand aan het praatje was ik behoorlijk zenuwachtig. Ik sta geregeld voor uiteenlopende groepen. Meestal gaat dat om wetenschappers (van promovendi tot hoogleraren), journalisten of de mensen die zich bezighouden met de bemiddeling tussen die twee. Het dichtst in de buurt van kleuters komen de schamele ervaringen waarin ik universitaire studenten toesprak. En dat was hard werken.

Leuk en leerzaam

Kleuters zag ik als the next level. Maar zodra ik van wal stak, realiseerde ik me dat dit het beste publiek is dat je je kunt wensen. Tenminste als je iets over presenteren wilt leren. Kleuters zijn ontzettend direct. Zeker die in groep 1 hebben geen controle over hun impulsen. Zodra ze afhaken, merk je dat. Ze beginnen te wiebelen, moeten naar de wc, hun blik dwaalt af, ze gaan zitten klieren. Als je ze weet te boeien, dan hangen ze aan je lippen. Ze zitten letterlijk op het puntje van hun stoel, ze interrumperen je met vragen maar vooral het delen van eigen ervaringen. ‘Ik heb ook een keer leeuwen gezien in de dierentuin en toen ging ik slapen bij oma. Maar de vriend van mama…’

Als je de tomeloze nieuwsgierigheid van kleuters wilt aanspreken, heb je drie ingrediënten nodig. Het moet leuk en leerzaam zijn. En ze moeten jou mogen. Kort door de bocht heb je daarmee meteen de kern van de millennia oude ideeën over het overtuigen van je publiek te pakken, respectievelijk pathos, logos en ethos. Waar volwassenen in bepaalde kring gevoelig zijn voor zaken als cv, colberts en een Gooise ‘r’ (in andere kringen maak je je daarmee juist verdacht), moet ethos bij kleuters echt ter plekke verdiend worden. Ik stond daar voor de klas als ‘vader van’. Een foto van een tien jaar jongere versie van mijzelf in een innige omhelzing met een gelukkig verdoofde leeuwin tijdens het opmeten van de omvang van haar borstkas deed wonderen. ‘Wat was je daar knap,’ klonk het uit de zaal.

Het leuke zat ‘m in anekdotes, veel foto’s (bijvoorbeeld van een schaap dat ik eens achter in de auto vervoerde), grapjes, stiltes en vragen. Met dat laatste moet je overigens uitkijken. Je ontketent een heksenketel (gelukkig was er een juf). Als je erin slaagt je verhaal te laten aansluiten bij de belevingswereld en de behoeften van de kleuter, kun je in een half uur tijd veel kennis kwijt. Het zijn echt sponzen.

Innerlijke kleuter

Wat ik mij achteraf realiseerde is dat ik een karikaturale versie zag van wat ik mijn klanten probeer bij te brengen over hoe mensen presentaties ondergaan. Dit gebeurt ook op congressen en symposia, tijdens lezingen en colloquia, in de collegezaal en de media, aan de vergadertafel en tijdens de borrel. We hebben allemaal een innerlijke kleuter. Als het aan ons ligt, verkiezen we allemaal goede sprekers met leuke en leerzame verhalen boven suffe praatjes waar we niets van opsteken.

Het punt is dat de innerlijke kleuter in beschaafde kringen doorgaans schuilgaat achter een façade van fatsoen die we als volwassenen in stand houden. Zo kan het dat op congressen zalen vol goedbetaalde, briljante geesten urenlang de marteling van oersaaie presentaties ondergaand. Het vereist veel wilskracht, motivatie, interesse, inhoudelijke kennis en mentale energie om er toch wat van op te steken. Aan de buitenkant is weinig te zien, maar de innerlijke kleuter wil weg.

Ik kan iedereen aanbevelen de confrontatie met een klas vol kleuters aan te gaan. Geniet ervan en neem dat wat je opsteekt mee naar de volgende keer dat je een zaal volwassenen toespreekt.

Tags:
No Comments

Sorry, the comment form is closed at this time.